laag water tussen texel en vlieland, foto fitis, sytske dijksen

Waddenzee

Het is één van de laatste grote wadden- en getijdengebieden ter wereld, de Waddenzee. Van Den Helder tot het Deense Esbjerg strekt de immense zee zich uit. De Waddenzee is uniek in haar soort. Planten en dieren die er leven zijn echte die-hards, want maar liefst twee keer per dag verandert de Waddenzee. Het ene moment vind je er kilometers uitgestrekte wadplaten. Het andere moment is het water woest en onvoorspelbaar. Wil je er kunnen overleven, dan moet je je goed kunnen aanpassen. Geen wonder dat er in en rond de Waddenzee heel wat bijzondere planten en dieren te vinden zijn!

  • Ontstaan van de Waddenzee

    De Waddenzee is er niet altijd geweest. Ze heeft er duizenden jaren over gedaan om eruit te zien zoals nu. En nog verandert het gebied bijna dagelijks.

    Voor het ontstaan van de Waddenzee moeten we duizenden jaren terug in de tijd gaan. Naar de laatste ijstijd die zo’n 10.000 jaar geleden eindigde. Tijdens deze ijstijd lag er een kleine ondiepe zee tussen Engeland, België en Nederland. De rest van de zee was bevroren. Harde westenwinden bliezen gedurende de 100.000 jaar dat de laatste ijstijd duurde zand richting Denemarken, Duitsland en Nederland. Zo vormde zich een muur van zand, de strandwal. Deze liep langs de grens tussen de opgedroogde Noordzeebodem en de veengronden, die op dat moment de kust vormden. Toen 10.000 jaar geleden de temperatuur op aarde begon te stijgen en het ijs smolt, stroomde de Noordzee vol.

    Op dit moment begon ook de Waddenzee vorm te krijgen, maar deze zag er nog lang niet zo uit zoals we haar nu kennen. Er waren nog heel wat obstakels te overwinnen. De strandwal bijvoorbeeld.  Met name tijdens stormen, beukte het zeewater tegen de vrijwel aaneengesloten duinenrij tot er een aantal openingen ontstonden. Maar ook de veengebieden achter de strandwal vormden een obstakel. De stromingen moesten zich hier een weg doorheen banen, zowel vanaf de zee als vanaf het land. Het duurde duizenden  jaren voordat de geulen zo groot waren dat ze elkaar tegenkwamen en uitgroeiden tot een echte zee. Ongeveer 1000 jaar geleden brak tijdens een hevige storm de geul tussen Texel en Den Helder door en scheidde zo definitief het eiland van de vaste wal. De Waddenzee zoals we hem nu kennen werd een feit.

  • Prielen, geulen, slenken en wadplaten
    priel, foto fitis, sytske dijksen

    Op warme, rustige zomerdagen zou je het misschien niet zeggen, maar de Waddenzee kan behoorlijk ruw zijn. De sterke stromingen van het zeewater zorgen ervoor dat het waddengebied geen dag hetzelfde is. Eén van de kenmerken van het waddengebied zijn de prielen, geulen en slenken. Oftewel kleine en grote waterstromingen tussen de wadplaten door. Met vloed loopt het zeewater door de grote geulen en daarna over de platen. Met eb loopt het water door prielen weer terug naar de grote geulen.
    De prielen, geulen en slenken veranderen voortdurend door de stroming van het zeewater. In een jaar tijd kunnen ze verschoven zijn of zelfs helemaal weg!

    Ook de wadplaten kunnen door de zeewaterstroming verschuiven. Wadplaten bestaan uit zand of uit slib, zogenaamd sediment. De grootte van de deeltjes en de beweging van het water bepaalt waar het sediment naar de zeebodem zinkt. Zwaardere en grotere zanddeeltjes zinken daar waar het zeewater nog wel in beweging is, maar rustiger stroomt. Deze zandplaten zie je in gebieden waar veel stroming of golfslag is, zoals bij de zeegaten of in de buurt van het strand. De hele fijne slibdeeltjes zinken alleen naar de zeebodem wanneer het water niet in beweging is, bijvoorbeeld bij hoogwater.

    Zandbanken lijken kaal, maar schijn bedriegt. Het wemelt er namelijk van het leven. Het bruin-gouden laagje dat je ziet is bijvoorbeeld plankton. In de wadplaten vind je duizenden wormen, schelpdieren en andere dieren. Sommige wadplaten zijn zelfs bijna helemaal begroeid met schelpen of zeegras. Dit verborgen leven is de reden waarom vele vogels tijdens hun trek de Waddenzee aandoen. Ze kunnen er hun buik rond eten.

  • Hoe de Waddenzee aan haar naam komt
    wadlopers, foto fitis, sytske dijksen

    De Waddenzee verandert twee keer per dag en dat heeft alles te maken het getij. Het ene moment zie je alleen maar water, een paar uur later verschijnen er grote wadplaten. Over de wadplaten kun je lopen. Wel voorzichtig, want ze kunnen erg verraderlijk zijn! De Waddenzee dankt haar naam aan het feit dat je er eens in de zoveel tijd doorheen kunt lopen (waden). Vandaar de Nederlandse naam 'Waddenzee', in het Fries de 'Waadsee', de doorwaadbare zee.

  • Het getij
    Duitse waddeneilanden, foto fitis, sytske dijksen

    Eén van de belangrijkste kenmerken van de Waddenzee is het getij. Het getij zorgt voor het op- en neergaan van het zeewater. Door het getij hebben we in het waddengebied ongeveer twee keer per dag hoog- en twee keer per dag laagwater. En tussen hoogwater en laagwater stroomt de eb, tussen laag- en hoogwater de vloed.

    Het op en neergaan van het zeewater veroorzaakt stromingen. Hoe groter het verschil tussen hoog- en laagwater, hoe sterker de stroming. In Nederland is het verschil tussen hoog- en laagwater minder groot dan in Duitsland en Denemarken. Nederlandse eilanden hebben dus een stuk minder last van sterke stromingen. Dit kun je goed zien aan de grootte van de eilanden in de Waddenzee. De Duitse en Deense eilanden zijn een stuk kleiner dan de Nederlandse. Maar ook aan de zeegaten tussen de eilanden kun je de kracht van het getij aflezen. Hoe groter het verschil tussen hoogwater en laagwater, hoe meer water er door de zeegaten moet stromen en hoe breder ze worden. In Nederland zijn de zeegaten een stuk kleiner dan in Duitsland en Denemarken.

  • Wantijen
    Schorren en wantij, foto fitis, sytske dijksen

    Een apart verschijnsel dat we in getijdengebieden als de Waddenzee kunnen zien, is het wantij. Het is de plek waar zeewaterstromingen achter een eiland of zandplaat tegen elkaar botsen. Hierdoor stopt de stroming en staat het water als het ware stil. Heel fijn materiaal dat door het zeewater is meegenomen, zoals slib, zinkt naar de zeebodem. Op die manier kunnen er nieuwe stukken land ontstaan. Een voorbeeld is het wad bij de Schorren op Texel.
    De wantijen zijn de ondiepste delen van de Waddenzee  waar schepen met weinig diepgang nog net -met hoogwater- kunnen varen. Met laagwater zijn het de plekken waar wadlopers van de ene wadplaat naar de andere kunnen oversteken.

  • Tafeltje-dek-je
    opkomende vloed, foto fitis, syytske dijksen

    Het getij zorgt er niet alleen voor hoe het waddengebied eruit ziet. Het op en neer gaan van het zeewater is ook erg belangrijk voor de planten en dieren die er leven. Als het hoogwater wordt, krijgt de Waddenzee een nieuwe voorraad voedingsstoffen binnen. Deze voedingsstoffen vormen de basis van een ingewikkeld voedselweb. Hierin eten de hele kleine planten en dieren de voedingstoffen, deze kleine planten en dieren worden weer gegeten worden door iets grotere dieren en die worden weer gegeten door nog grotere dieren. Natuurlijk zijn er ook uitzonderingen, zoals walvissen die hele kleine garnaaltjes (krill) eten. Zonder voedingsstoffen zou er dus weinig leven zijn. Het getij is daarom van levensbelang voor het waddengebied en de Waddenzee.

  • In goede en slechte tijden
    afval, foto fitis, sytske dijksen

    Helaas brengt het getij niet alleen maar goede dingen naar het waddengebied. Behalve voedingsstoffen kunnen ook allerlei giftige stoffen het gebied in komen, zoals bestrijdingsmiddelen, olie en zwerfvuil. Zo nu en dan komt zo’n giftige stof opeens in grote hoeveelheden het gebied in. Meestal duidt dit op een ongeluk op een schip, waarbij containers met giftige stoffen overboord zijn geslagen. In 1994 bijvoorbeeld, sloegen duizenden zakjes met landbouwgif van een schip. Gelukkig hebben slechts enkele van deze landbouwgifzakjes de Waddenzee bereikt.

  • Leven in de Waddenzee
    wadvogels, foto fitis, sytske dijksen

    De Waddenzee is door de invloed van het getij een voedselrijk gebied. En voedselrijke gebieden zijn meestal ook rijk aan plant- en diersoorten. Toch komen er in de Waddenzee niet zoveel verschillende planten- en diersoorten voor. Dit komt ook door het getij. Eb en vloed zorgen twee keer per dag voor een totaal ander uiterlijk van de Waddenzee. Liggen de wadplaten eerst droog, een paar uur later zijn ze verdwenen. Soorten die daar leven krijgen dus heel wat voor hun kiezen. Het water verdwijnt, de temperatuur verandert, en het zuurstof- en zoutgehalte zijn voortdurend anders. Daar moet je als plant of dier maar tegen kunnen!

    Toch vind je in en rond de Waddenzee grote aantallen planten en dieren, al is de hoeveelheid soorten beperkt. De meest bekende dieren zijn natuurlijk de zeehonden. Zij gebruiken de Waddenzee niet alleen om voedsel te zoeken, maar ook als kraamkamer. Veel jonge zeehondjes worden op de zandbanken in de Waddenzee geboren. Ook veel vis uit de Noordzee trekt na hun geboorte naar de Waddenzee. Tong en schol bijvoorbeeld.

    Of ze nu wel of niet begroeid zijn met schelpen, op en rond de droogvallende zandbanken is het een drukte van belang. Ze worden niet voor niks de koraalriffen van de Waddenzee genoemd. Er komen veel planten en dieren voor, zoals plankton, wormen, garnalen en krabben. Van die grote aantallen planten en dieren, moeten veel vogels het hebben. Maar liefst 12 miljoen maken gebruik van de Waddenzee. Tienduizenden hiervan zijn trekvogels. Zij zoeken twee keer per jaar naar voedsel in de slikkige wadbodem om op krachten te komen voor een verre reis. Als het slechter gaat met de Waddenzee, gaat het ook slechter met de (trek)vogels.

    Als het slechter gaat met de Waddenzee, gaat het ook slechter met de vogels. Zo neemt het aantal schelpdieren in de Waddenzee af. Dat heeft gevolgen voor schelpdiereters, zoals de kanoetstrandloper en de eidereend.

  • Exotisch waddenleven
    harig spookkreeftje, foto fitis, sytske dijksen

    In de Waddenzee leven niet alleen een heleboel planten en dieren die er al duizenden jaren voorkomen. Er zijn er ook die hier oorspronkelijk eigenlijk helemaal niet thuishoren. Dit zijn soorten uit andere zeegebieden. Biologen spreken meestal van 'exoten'. Deze soorten zijn ooit uitgezet door mensen of per ongeluk meegekomen in het ballastwater of aan de romp van schepen. Maar ook door klimaatverandering en het warmer worden van het zeewater is het voor een aantal soorten mogelijk geworden om in de Waddenzee te overleven.

    In het waddengebied wordt ieder jaar wel één nieuwe plant- of diersoort ontdekt. In onderstaande tabel vind je een overzicht van enkele exoten in de Waddenzee.

    Nederlandse naamWetensch. naamEerste vondst
    Europese ronde zakpijp Molgula socialis * 2009
      Antithamnionella spirographidis 2009
    Trompetkokerworm Ficopomatus enigmaticus 2009
    Krulkokerworm Cf Neodexiospira brasiliensis 2009
    Glanzende bolzakpijp Aplidium glabrum * 2009
    Gewone slingerzakpijp Botrylloides viocaceus 2009
    Viltwier Codium fragile subsp. atlanticum 2009
      Ceramiaceae sp * 2009
    Wakame wier Undaria pinnatifida 2008
    Druipzakpijp Didemnum vexillum kott, 2002 2008
    Penseelkrab Hemigrapsus takanoi 2006
    Amerikaanse longribkwal Mnemiopsis leidyi 2006
    spookkreeftje Caprella mutica 2005
    Blaasjeskrab Hemigrapsus sanguineus 2004
    Mosdiertje Bugula stolonifera 1993
    Zandkokerworm Marenzelleria viridis 1983
    Japans bessenwier Sargassum muticum 1980
    Amerikaanse zwaardschede Ensis directus 1979
    Japanse knotszakpijp Styela clava 1974
    Nieuw-Zeelandse zeepok Elminius modestus Jaren ’50 (20ste eeuw)
    Muiltje Crepidula fornicata 1939
    Chinese wolhandkrab Eriocheir sinensis Jaren ’30 (20ste eeuw)
    Japanse oester Crassostrea gigas 1928
    Rode baksteenanemoon Diadumene cincta 1925
    Marmerkreeftje Jassa marmorata onbekend
    Paarse buisjesspons Haliclona (Soestella) xena * onbekend
      Ceramium cimbricum * onbekend
      Gracilaria vermiculophylla onbekend
    Violet buiswier Polysiphonia harveyi onbekend
    Zeesla Ulva pertusa onbekend
    Brakwaterzeepok Balanus improvisus * onbekend
      Sinelobus stanfordi * onbekend
    Strandgaper Mya arenaria middeleeuwen
    * Van deze soort is niet duidelijk of ze van oorsprong in de Waddenzee voorkomen. Verder onderzoek moet dit uitwijzen.
  • Bijna verdwenen
    schol, foto fitis, sytske dijksen

    Jammer genoeg komen er niet alleen plant- en diersoorten bij in de Waddenzee. Er zijn er ook die (bijna) verdwenen zijn. Zeegras bijvoorbeeld. Grote velden van dit 'wier' zag je vroeger in de Nederlandse Waddenzee. Nu is het zeegras nog maar op enkele plekken in de Waddenzee terug te vinden.

    Een aantal plant- en diersoorten die nu nog in de Waddenzee voorkomen, hebben het moeilijk. Zij dreigen uit het gebied te verdwijnen door uiteenlopende oorzaken. Overbevissing en klimaatveranderingen bijvoorbeeld. Zo hebben bot, schol, paling en wijting het erg moeilijk. Maar ook mossel- en oesterbanken zijn flink in aantal achteruit gegaan.

  • Werelderfgoed
    wad bij terschelling, foto fitis, sytske dijksen

    In juni 2009 is het Nederlandse en Duitse deel van de Waddenzee officieel uitgeroepen tot Unesco werelderfgoed. Hiermee wordt onderstreept dat het gebied zo'n grote natuurwaarde heeft voor de wereld, dat het speciale bescherming verdient. Dit tot vreugde van vele natuur- en milieuorganisaties, maar ook van ondernemers in en rond de Waddenzee. De nieuwe status betekent erkenning voor het bijzondere gebied en een verwachte hogere toestroom van toeristen die de economie er zullen versterken. Overigens vallen de binnendijkse delen van de waddeneilanden buiten het werelderfgoedgebied.

    Minder enthousiast over de benoeming is de visserijsector. Zij erkent de bijzondere waarde van de Waddenzee, maar is ook bezorgd. De vissers zijn bang dat natuur- en milieuorganisaties de nieuwe status zullen aangrijpen om bezwaar te maken tegen visserijactiviteiten in de Waddenzee. Dit wantrouwen bestaat nog steeds. Ook nadat overheden in het waddengebied en de minister van LNV hebben afgesproken dat er geen beperkende werking voor de visserij in het gebied is.

    Dat het Deense deel van de Waddenzee niet tot het werelderfgoed behoort, komt doordat de Denen zich in de voorbereiding naar de benoeming hebben teruggetrokken. Denemarken was op het moment van nominatie nog druk bezig met de instelling van de Waddenzee als Nationaal Park. In oktober 2010 heeft het deel tussen het Duitse eiland Sylt en de Deense baai Ho-Bucht daadwerkelijk de status van Nationaal Park gekregen. De weg is nu vrij om ook dit gebied te nomineren als werelderfgoed. Verwacht wordt dat ook het Hamburgse Nationaal Park Waddenzee genomineerd wordt als werelderfgoed en in 2011 deze status zal krijgen.