Walvisvaarder omringd door Sea Shepard activisten, http://media-antarctica.seashepherd2.org

Walvisvangst

Sinds 1986 bestaat er een internationaal jachtverbod voor alle walvissoorten. Noorwegen gaat daar niet mee akkoord. Ook Japan jaagt nog steeds op walvissen. Op deze manier worden er toch nog walvissen gevangen voor consumptie. In de Noordzee gaat het daarbij om dwergvinvissen. In 2006 is IJsland ook weer begonnen met de commerciële jacht op walvissen.

  • Geschiedenis
    Aantal gevangen dwergvinvissen, Ecomare
    Uit: gegevens IWC

    De walvisjacht is al sinds 1986 verboden om de walvissen voor uitsterven te behoeden. Ondanks dit vangstverbod jagen Japan, Noorwegen en IJsland nog altijd op walvissen onder het mom van wetenschappelijk onderzoek. Het gaat hierbij vooral om dwergvinvissen. Het verbod uit 1986 kent een uitzondering voor oorspronkelijke volkeren, zoals de Inuit (Eskimo's) in Groenland en Canada. Verder is er een clausule die wetenschappelijk onderzoek van walvissen toestaat.
    Alle Noordzee-volken hebben zich korte of langere tijd bezig gehouden met walvisvaart. Het ging daarbij vooral om het traan, dat uit de speklaag werd gekookt. Daarvoor ging men met schepen naar de noordelijke IJszee of nog verder. In de achttiende eeuw was de jacht op de langzame walvissoorten in het noorden zo intensief, dat deze te zeldzaam werden en het niet meer rendabel was om aan walvisjacht te beginnen.
    In de twintigste eeuw vond men het harpoenkanon uit, en kon men ook de snelle vinvissen gaan bejagen. Rond Antarctica zijn sindsdien meer dan een miljoen blauwe en gewone vinvissen verwerkt tot olie en biefstukken. In 1950 werd nog een nieuwe Nederlandse walvisvaarder, de Willem Barentsz te water gelaten. Met dit schip ving men vooral vinvissen in het zuidpoolgebied. Maar al na enkele jaren was de vangst niet meer lonend: ook in de Antarctische zeeën nam het aantal zienderogen af.
    De walvisvangst wordt omstreden in de jaren zeventig van de twintigste eeuw. In 1985 maakte de Internationale Walvisvaart Commissie (IWC) een einde aan de commerciële walvisvangst. Eind mei 1994 besloot de IWC in Mexico een reservaat voor alle walvissoorten in te stellen bij Antarctica. Het ging om een permanent en absoluut jachtverbod voor alle zeeën ten zuiden van de 40ste breedtegraad. Alleen bij Zuid-Amerika loopt de grens lager, namelijk bij de 60ste breedtegraad.
    Er is overigens in de Noordzee nooit op grote schaal op walvissen gejaagd, om de eenvoudige reden dat er maar weinig grote walvissen voorkomen. In Denemarken werd wel op bruinvissen gejaagd. Daarbij werden de dieren met behulp van bootjes naar een zee-engte gedreven, waar men ze kon vangen en doden.

  • Jacht op dwergvinvissen

    Noorwegen heeft de afgelopen jaren tussen de 200 en 600 dwergvinvissen gedood voor commerciële doeleinden (zie grafiek), waarvan tientallen tot honderden op de Noordzee. De Noorse walvisvaarders zeggen dat er voldoende dwergvinvissen in de Noorse wateren rondzwemmen om er een aantal af te schieten. Volgens de Noorse ambassade leven in het zeegebied tussen IJsland, Schotland en Noorwegen ongeveer 112.000 dwergvinvissen. Noorse wetenschappers zijn het daar echter niet mee eens. Hoeveel er van deze walvissoort voorkomen, is niet bekend, maar het kunnen er hooguit 53.000 zijn, menen zij. Oslo hanteerde tot en met 1994 een aantal van 87.600. Op grond daarvan stemde de Internationale Walvisvaart Commissie (IWC) ermee in dat Noorwegen jaarlijks zo'n 300 dwergvinvissen mocht doden.
    Dat Noorwegen verkeerde cijfers hanteerde, werd in 1995 toegegeven op een besloten vergadering in Oslo van de IWC. Het computerprogramma waarmee de aantallen berekend werden, bleek grote fouten te bevatten. Het nieuws werd door de Noorse regering lange tijd zorgvuldig geheim gehouden.
    Een ander argument dat de Noren gebruiken voor de walvisjacht is dat ze, net als de Inuit en Chuckchi, uit traditioneel oogpunt en voor de vleesbehoefte van de bevolking jagen. In 1999 publiceerde de Engelse krant The Independent echter foto's van een Noorse koelcel waarin walvisspek (de 'blubber') ligt opgeslagen. De foto was in het geheim gemaakt door een medewerker van Greenpeace. In de koelcellen in Noorwegen lag zeker 500 ton walvisblubber opgeslagen. Omdat de Noorse bevolking de blubber niet eet, pleitten Noorwegen en Japan voor herziening van de handelsrestricties voor walvisvlees. Walvisblubber wordt in Japan beschouwd als een lekkernij en is daar dus veel geld waard.
    Japanse onderzoekers hebben berekend dat walvissen ruim drie keer zoveel vis eten als door de visserij binnengehaald wordt. Noorse en Japanse walvisjagers gebruiken dit graag als nieuw argument voor de walvisjacht. Wat de onderzoekers echter 'vergeten' te vertellen is dat het hoofdvoedsel van de walvissen (krill en inktvissen uit de diepzee) commercieel oninteressant is.
    Voor 2008 hadden de Noren zichzelf een quotum van 1052 dwergvinvissen toebedeeld. Er zijn er in totaal 533 gevangen. Ook IJsland hervatte in 2006 de commerciële walvilsvangst. In 2009 mogen IJslandse jagers 150 vinvissen en 150 dwergvinvissen vangen.

Dieren en planten

Water en land

Mens en Milieu

Jacht   Walvisjacht