De militairen die in de Marnewaard komen oefenen moeten het schieten nog leren. Dat blijkt wel uit de grote hoeveelheden kogels die over de dijk vliegen, de zogenaamde 'afzwaaiers'. Deze missers, zo'n 40% van het totaal aantal afgevuurde kogels, komen terecht op het wad. De kogels zijn langwerpig, ongeveer zo groot als een vulpen. Ze zijn veelal afkomstig uit 25 millimeter boordkanonnen van infanterievoertuigen. Anders dan de grote hulzen van granaten en geleidewapens die op de Vliehors opgeraapt kunnen worden, zijn de kogels van de Marnewaard iets minder makkelijk te ontdekken. Maar daarom zijn ze niet minder schadelijk. Kogels zijn van metaal gemaakt, voor een deel uit zware metalen zoals koper, nikkel en lood. Door het zeewater gaan de kogels zeer gemakkelijk roesten: metaal "loogt uit" in zout. De metaaldeeltjes komen in de wadbodem terecht. Al jaren staat het vast dat de zogenaamde "zware metalen" het milieu vergiftigen. Ze kunnen in de voedselketen terechtkomen en zo een afname van de weerstand veroorzaken bij hogere diersoorten als vogels en zeehonden.