Ecologie

Een vis leeft niet alleen. Hij is afhankelijk van de beschikbaarheid van voedsel, bijvoorbeeld planktondiertjes, van schoon zeewater dat niet te warm maar ook niet te koud is, van soortgenoten, van ziekteverwekkers en van roofdieren, zoals zeehonden. De tak van de biologie die zich bezig houdt met dit soort verbanden noemen we ecologie. Het woord is afgeleid van de oud-Griekse woorden oikos en logos, die samen letterlijk 'de leer van het huis' betekenen. Planten en dieren leven samen in levensgemeenschappen die op hun beurt weer ecosystemen vormen. Ecologen kijken zowel naar de relaties tussen de verschillende planten en dieren in een ecosysteem, als naar de relaties tussen hele populaties.
De relatie tussen mensen en hun omgeving is een bijzondere tak van de ecologie, die we ook wel 'milieukunde' noemen. Mensen zijn ook afhankelijk van een schone en gezonde omgeving, maar kunnen met al hun technologie een enorme invloed uitoefenen op de ecosystemen waar ze in leven. Vaak staan individueel economisch gewin en gemeenschappelijk ecologisch belang lijnrecht tegenover elkaar en moet de overheid moedige maatregelen nemen om dit probleem op te lossen.

  • Ecosystemen

    Planten en dieren leven samen in levensgemeenschappen die op hun beurt weer ecosystemen vormen. Ecologen kijken zowel naar de relaties tussen de verschillende planten en dieren in een ecosysteem, als naar de relaties tussen hele populaties.

  • Mensen-ecologie

    De relatie tussen mensen en hun omgeving is een bijzondere tak van de ecologie, die we ook wel 'milieukunde' noemen. Mensen zijn ook afhankelijk van een schone en gezonde omgeving, maar kunnen met al hun technologie een enorme invloed uitoefenen op de ecosystemen waar ze in leven. Vaak staan individueel economisch gewin en gemeenschappelijk ecologisch belang lijnrecht tegenover elkaar en moet de overheid moedige maatregelen nemen om dit probleem op te lossen.

  • Evenwicht en biodiversiteit

    Vroeger werd vaak gedacht dat je natuur het beste kon beschermen als je zorgde voor ecologisch evenwicht. Bij een natuurlijk evenwicht hoort in de warme streken op aarde een hoge verscheidenheid aan soorten (biodiversiteit).  Bij ons is dat al anders. Er is hier pas sprake van natuurlijk evenwicht als een natuurgebied zich heeft ontwikkeld tot een groot loofbos, waar niet zo veel verschillende soorten meer in leven. En bij de poolcirkel is er al natuurlijk evenwicht op plekken waar alleen nog maar rendiermos groeit.

    In onze gematigde streken is de biodiversiteit doorgaans op zijn hoogst in gebieden die halverwege hun ontwikkeling zijn. De natuurbeheerders plaggen heel wat of om onze heide- en duingebieden in dat stadium te houden. Of ze laten er koeien of paarden grazen. In feite doen de natuurbeheerders dan niet anders dan wat de boeren vóór de komst van de kunstmest en de landbouwmachines al eeuwenlang deden: het in stand houden van half-natuurlijke, soortenrijke ecosystemen.

  • Dynamiek en massaliteit: de waarde van wadden en Noordzee

    Andere kenmerkende ecosystemen in onze streken zijn juist vooral dynamisch van karakter. Hét voorbeeld daarvan is de Waddenzee, een natuurgebied dat twee keer per dag verandert van land naar zee en weer terug. Lang niet alle planten en dieren kunnen daar leven, maar de soorten die het er wel uithouden maken juist handig gebruik van de getijdendynamiek. In dit soort dynamische ecosystemen vind je als regel niet veel verschillende soorten (dus geen grote biodiversiteit), maar juist wel hele grote aantallen van enkele soorten (dus biomassaliteit).

    In de Noordzee zorgen de zeestromingen in combinatie met de altijd bewegende zandige of slikkige bodem op de meeste plekken voor zo veel dynamiek dat daar vooral sprake is van soortenarme ecosystemen met grote aantallen van de soorten die gebruik kunnen maken van de dynamiek. Daar vind je op de bodem veel wormen, zeesterren en platvissen. Hogerop in de waterkolom komen regelmatig grote scholen haring en sprot langs. Omdat er zo veel vis is, is het een paradijs voor bruinvissen, zeehonden en zeevogels.
    Wrakken en stenige gebieden, zoals de Klaverbank, vormen een uitzondering op deze situatie. Daar kunnen meer soorten zich op de stabiele ondergrond vestigen. Hier vind je veel zee-anemonen, zachte koralen en vissoorten die zich graag ophouden in dit soort rif-achtige biotopen.
    De laatste uitzondering is het Friese Front. Dit is een gebied waar weinig tot geen stroming in het water is. Dat maakt dat er heel veel voedserijke kleideeltjes bezinken. Hier is sprake van een rijk, en voor de Noordzee relatief stabiel ecosysteem.

Dieren en planten

Water en land