Onweersbui, Ecomare

Klimaat

Klimaat is de gemiddelde toestand van het weer berekend over een langere periode. Meestal wordt 30 jaar aangehouden. Klimaatschommelingen zijn snellere veranderingen die vaak met regelmaat optreden. Echte klimaatveranderingen spelen zich af op een veel grotere tijdschaal. Zo ligt het ritme van de ijstijden in de orde van tienduizenden jaren. De laatste 10.000 jaar vindt de overgang van de laatste ijstijd naar een warmere periode plaats. Een recenter deel van de huidige opwarming is het gevolg van het broeikaseffect. De verhouding tussen natuurverschijnselen en de menselijke invloed op het klimaat is belangrijk voor een goed begrip van de huidige klimaatverandering. Hier wordt nog veel onderzoek aan gedaan.

  • Kleine ijstijd

    Dat de laatste grote ijstijd 10.000 jaar geleden eindigde, wil niet zeggen dat sindsdien het klimaat constant is geweest. Wel zijn de verschillen van een heel andere orde; in de ijstijd was onze omgeving een toendra, stond de zeespiegel meer dan 30 meter lager en lag de Noordzee droog. Sinds de ijstijd wisselen warmere en koudere perioden, meestal enkele eeuwen lang, elkaar af. Er zijn tijden geweest met stormen, stormvloeden en een grote invloed van de zee, en rustiger eeuwen waarin de invloed van de zee kleiner was. Tot ongeveer 1430 was het hier warmer dan nu. Van 1430 tot ongeveer 1800 was het juist kouder. Men noemt dat de kleine ijstijd.

  • Recente klimaatontwikkelingen
    Stijging zomertemperatuur 1900-2100, Ecomare
    Uit: KNMI klimaatscenario's 2006

    Het KNMI berekent regelmatig de effecten van de klimaatverandering op de Nederlandse situatie. In 2006 werden de volgende voorspellingen gedaan. De temperatuur zal de komende 100 jaar 2 tot 5 graden Celsius stijgen. Er zal meer neerslag in de winter vallen terwijl de zomers droger zullen worden. De dagen dat er extreem veel neerslag valt zullen toenemen. De zeespiegel zal tot 2050 zo'n 15 tot 35 centimeter stijgen, en tot 2100 zo'n 35 tot 85 centimeter.
    In 2008 maakte het KNMI bekend dat de gemiddelde temperatuur in West-Europa twee keer zo snel stijgt als in de rest van de wereld.

  • Opwarming van de Noordzee

    In de afgelopen 10 jaar van de vorige eeuw was de temperatuur van het water in de Noordzee ruim een graad hoger dan het gemiddelde van de 30 jaar ervoor. Eén van de gevolgen hiervan is dat er minder jonge kabeljauw geboren wordt. De kabeljauw zit in de Noordzee namelijk aan de zuidgrens van zijn verspreidingsgebied. In warmer water komt de kabeljauw niet voor en nu de Noordzee opwarmt, neemt het aantal jongen af. Mogelijk is de opwarming een gevolg van het broeikaseffect.

  • Wist je dat...

    ... de modellen die klimaatverandering voorspellen worden geijkt met gegevens die drie eeuwen (toen de thermometer werd uitgevonden) teruggaan, maar dat...
    ... modellen die worden geijkt met variaties in fossiele bacteriën nog veel nauwkeuriger zijn? Onderzoeker Jaap Sinninge Damsté van het NIOZ op Texel onderzoekt op deze manier klimaatveranderingen van 55 miljoen jaar geleden.

  • Invloed van klimaatverandering op flora en fauna

    Klimaatverandering is van enorme invloed op het leven op aarde. De oceanen en kustwateren warmen op, deels door het stijgen van de luchttemperatuur, maar ook door veranderingen in de zeestromingen. Bovendien maken stabiele weersomstandigheden steeds vaker plaats voor afwisselende periodes van droogte of storm. Volgens een rapport van de milieuafdeling van de Verenigde Naties (UNEP) uit 2008 manifesteert de voornaamste invloed van klimaatverandering zich in 10-15% van de oceanen, maar dat zijn wel de delen waar de meest waardevolle visgronden liggen.
    Het rapport van de UNEP meldt ook dat de visstand wordt bedreigd door klimaatverandering. Overbevissing is natuurlijk een andere oorzaak van de lagere visstanden, maar de invloed van CO2 moet niet worden onderschat. Toename van dit gas heeft tot gevolg dat het zeewater zuurder wordt. Plankton en weekdieren reageren daar het sterkst op, maar die vormen voor veel vissen de basis van de voedselpiramide.
    In de gematigde gebieden zullen zuidelijke soorten zich gemakkelijker handhaven, en zullen de noordelijke soorten zich terug willen trekken naar koelere streken. Verplaatsingen van dieren zijn echter alleen maar mogelijk als er begaanbare trekroutes zijn. Als die ontbreken, zoals in sterk verstedelijkte gebieden en op eilanden het geval is, zullen soorten plaatselijk uitsterven.
    Onderzoek van Alterrra heeft uitgewezen dat planten in Nederland vroeger en langer bloeien. Ook groeien ze sneller. Dat is natuurlijk fijn voor de boeren. Natuurbeheerders zijn er minder blij mee, want ook ongewenste soorten ontwikkelen zich sneller.
    Droogte en storm veroorzaken schade in natuurgebieden. Kwetsbare soorten hebben hiervan te lijden. Pioniersoorten, die zijn gespecialiseerd in het koloniseren van nieuwe plekken, zijn gebaat bij deze dynamiek. Zo zal de vegetatie in de zeereep, met soorten die altijd al waren ingesteld op hoge dynamiek, snel aangevuld kunnen worden met warmweer-pioniers. Op de kwelders is de reactie op klimaatverandering veel trager. Hier zorgt de voortdurende invloed van het zeewater juist voor stabiele omstandigheden omdat temperatuursverschillen worden getemperd.
    Voor veel vogels lijkt klimaatverandering een bijzonder grote bedrieging. De International Union for the Conservation of Nature (IUCN) meldde in mei 2008 dat één van de acht vogelsoorten op aarde bedreigd wordt met uitsterven, met klimaatverandering als voorname oorzaak. Het rapport bevat eenlijst met 1220 bedreide soorten, waarop bijvoorbeeld ook de tureluur staat.